Need for Speed Underground 2
Door Lars Velthuis op 05 Juni 2005, RecensieEA blijft heer en meester in de software-verkopen, kijk maar eens naar afgelopen kerst. Naast de jaarlijkse updates van FIFA, Madden en al die andere games, was er een vervolg op een fantastisch origineel, namelijk Need for Speed Underground 2. Die game heeft veel mensen vermaakt en ook dit deel verkocht als een trein. Nu is de game ook op de DS te verkrijgen, maar of het ook een beetje te pruimen is?
Need for Speed Underground was echt een vernieuwende game. De combinatie van illegale straatraces rijden en auto’s tunen tot je er bij neer valt was zeker geslaagd en de game verkocht uitstekend. Logischerwijs kwam er een deeltje 2, dat natuurlijk meer auto’s, meer tune-mogelijkheden en meer vrijheid bezat. Beide delen werden naar de GBA gepoort. Hierop was deel één niet erg geslaagd, maar het vervolg was stukken leuker. Natuurlijk ervaarde je de ultieme race-ervaring toch op de consoles en de PC. Ik zal meteen met de deur in huis vallen: de DS-versie lijkt meer op de GBA-versie dan op de console-versies. Gek genoeg is dit niet eens negatief uitgedrukt. Waarom? Lees verder in mijn DS-dagboek…Dag 1 ‘Het heilige pakketje arriveert'
De postbode! Ja! Daar is de goede man met het heilige pakketje, in dit pakketje zit waarschijnlijk de beste racegame op de DS van het moment. Met een sonic-sprintje ren ik naar de brievenbus, ik scheur het bruine papier kapot en ik zie een strak doosje. Als ik de gamecard in de DS stop, de DS aanzet en de game opstart, komen plotseling vragen in mij op: ‘Zou hij zo goed zijn als ik hoop dat hij is? Wat als het een GBA-port blijkt te zijn, waar alleen een grafische update op toe is gepast?’ De spanning wordt groter en ik besluit om maar meteen voor ‘Quick race’ te kiezen. Het aftellen is begonnen
: 3, 2, 1, vroemm! Zonder ook maar een blik in de handleiding te hebben geworpen, druk ik op het touchscreen en de B-knop. Al snel merk ik dat alle tegenstanders een eind voor me liggen, logisch als je nog stil staat. Nadat ik de knoppen ben afgegaan, kom ik tot de conclusie dat je met de A-knop gas geeft, met R slipt en met B remt. Erg veel zul je de laatste twee niet gebruiken: je kunt immers de gas-knop even loslaten om de bocht goed door te komen. Realisme hoef je dus niet veel te verwachten; NFS:U2 is een pure arcade-racer. Iets anders had ik eigenlijk ook niet verwacht. Om even terug naar de race te gaan; alles stond op het laagste niveau en ik win de race uiteindelijk nog, wat een goed gevoel geeft. Bij de tweede race besluit ik wat meer op de omgeving te letten. Het ziet er allemaal toch wel netjes uit voor handheld-begrippen, maar het pop-up gebeuren is een beetje lelijk uitgewerkt. Ik besluit mijn DS uit te zetten; morgen is er een nieuwe dag.
Dag 2 ‘Let’s go underground!’
Waar ik mij gisteren beperkte tot het simpele rondjes rijden, ga ik vandaag voor het echte werk. De belangrijkste modus van het spel is namelijk de ‘Go Underground’-mode, waarbij je verschillende tests moet volbrengen voor geld, dat je weer kunt uitgeven aan snellere wagens en… aan tunen! Later vertel ik meer over het auto pimpen, eerst eens even ondergronds kijken. Je kunt kiezen uit een circuit, ‘own the zone’, drag en een bonus event. Bij circuit ga je verschillende races tegen andere spelers aan, of zelfs alleen. Je moet bijvoorbeeld een goede tijd halen, proberen niet als laatste in elke ronde over de finish te komen of simpelweg een goede tijd neer zetten. Vooral dat laatste is erg fijn, omdat er geen verkeer of tegenstanders zijn. Je hebt de keuze uit 3 verschillende levels, waarbij het logisch is dat level 1 het makkelijkst is. Het is wel jammer dat races niet meer te rijden zijn met een easy, normal of hard stand, waarbij je bij de moeilijkere standen meer geld verdient. Je moet dus nu per se een race voltooien, anders kun je niet naar de volgende. Dit voelt een beetje geforceerd aan en op het laatst zelfs dwingend. Als je bij elk ‘level’ vastzit en de race niet kunt voltooien, zit er weinig anders op dan alleen maar hard oefenen en proberen te winnen.
Gelukkig zijn er meer modussen, zoals Own the zone. Hierin moet je steeds het ‘mooiste’ rijden in een bepaald gebied. Niet botsen, goed rijgedrag en het snelste zijn dus. Toch wordt het al snel behoorlijk pittig en kan je behoorlijk gefrustreerd raken. De tegenstander lijkt gemeen te spelen en beukt steeds van achteren op jouw bumper in, waarna meneer mooi door kan rijden en jij zogenaamd gebotst zou hebben en flink wat tijd bent verloren. Niet helemaal netjes, maar de races zijn, na enige oefening, wel te doen. Ze zijn in ieder geval beter te doen dan het drag-gedeelte. Bij het ‘draggen’ moet je steeds op het goede moment schakelen en hierbij haal je absurde snelheden. Logisch is dan dat jouw wagen praktisch onstuurbaar wordt, omdat hij alle kanten opzwabbert. Hierbij verandert de game van een race-game in een Las Vegas-game. Kenners weten waar ik het over heb. Het is namelijk echt gokken op welke weghelft je nu moet gaan rijden en zeker omdat het verkeer pas (te) laat te zien is. Veel crashes en gevloek zijn het gevolg. Ik mis de Drift-mode, waar je zo heerlijk door de bochten kon glijden en zulke geweldige combo’s kon maken. Ik zal toch meer moeten oefenen, anders win ik geen nieuwe upgrades en misschien zelfs betere auto’s. Maar laten we dat tot morgen uitstellen.










