Need for Speed Underground 2
EA blijft heer en meester in de software-verkopen, kijk maar eens naar afgelopen kerst. Naast de jaarlijkse updates van FIFA, Madden en al die andere games, was er een vervolg op een fantastisch origineel, namelijk Need for Speed Underground 2. Die game heeft veel mensen vermaakt en ook dit deel verkocht als een trein. Nu is de game ook op de DS te verkrijgen, maar of het ook een beetje te pruimen is?Need for Speed Underground was echt een vernieuwende game. De combinatie van illegale straatraces rijden en auto’s tunen tot je er bij neer valt was zeker geslaagd en de game verkocht uitstekend. Logischerwijs kwam er een deeltje 2, dat natuurlijk meer auto’s, meer tune-mogelijkheden en meer vrijheid bezat. Beide delen werden naar de GBA gepoort. Hierop was deel één niet erg geslaagd, maar het vervolg was stukken leuker. Natuurlijk ervaarde je de ultieme race-ervaring toch op de consoles en de PC. Ik zal meteen met de deur in huis vallen: de DS-versie lijkt meer op de GBA-versie dan op de console-versies. Gek genoeg is dit niet eens negatief uitgedrukt. Waarom? Lees verder in mijn DS-dagboek…
Dag 1 ‘Het heilige pakketje arriveert'
De postbode! Ja! Daar is de goede man met het heilige pakketje, in dit pakketje zit waarschijnlijk de beste racegame op de DS van het moment. Met een sonic-sprintje ren ik naar de brievenbus, ik scheur het bruine papier kapot en ik zie een strak doosje. Als ik de gamecard in de DS stop, de DS aanzet en de game opstart, komen plotseling vragen in mij op: ‘Zou hij zo goed zijn als ik hoop dat hij is? Wat als het een GBA-port blijkt te zijn, waar alleen een grafische update op toe is gepast?’ De spanning wordt groter en ik besluit om maar meteen voor ‘Quick race’ te kiezen. Het aftellen is begonnen
: 3, 2, 1, vroemm! Zonder ook maar een blik in de handleiding te hebben geworpen, druk ik op het touchscreen en de B-knop. Al snel merk ik dat alle tegenstanders een eind voor me liggen, logisch als je nog stil staat. Nadat ik de knoppen ben afgegaan, kom ik tot de conclusie dat je met de A-knop gas geeft, met R slipt en met B remt. Erg veel zul je de laatste twee niet gebruiken: je kunt immers de gas-knop even loslaten om de bocht goed door te komen. Realisme hoef je dus niet veel te verwachten; NFS:U2 is een pure arcade-racer. Iets anders had ik eigenlijk ook niet verwacht. Om even terug naar de race te gaan; alles stond op het laagste niveau en ik win de race uiteindelijk nog, wat een goed gevoel geeft. Bij de tweede race besluit ik wat meer op de omgeving te letten. Het ziet er allemaal toch wel netjes uit voor handheld-begrippen, maar het pop-up gebeuren is een beetje lelijk uitgewerkt. Ik besluit mijn DS uit te zetten; morgen is er een nieuwe dag.
Dag 2 ‘Let’s go underground!’
Waar ik mij gisteren beperkte tot het simpele rondjes rijden, ga ik vandaag voor het echte werk. De belangrijkste modus van het spel is namelijk de ‘Go Underground’-mode, waarbij je verschillende tests moet volbrengen voor geld, dat je weer kunt uitgeven aan snellere wagens en… aan tunen! Later vertel ik meer over het auto pimpen, eerst eens even ondergronds kijken. Je kunt kiezen uit een circuit, ‘own the zone’, drag en een bonus event. Bij circuit ga je verschillende races tegen andere spelers aan, of zelfs alleen. Je moet bijvoorbeeld een goede tijd halen, proberen niet als laatste in elke ronde over de finish te komen of simpelweg een goede tijd neer zetten. Vooral dat laatste is erg fijn, omdat er geen verkeer of tegenstanders zijn. Je hebt de keuze uit 3 verschillende levels, waarbij het logisch is dat level 1 het makkelijkst is. Het is wel jammer dat races niet meer te rijden zijn met een easy, normal of hard stand, waarbij je bij de moeilijkere standen meer geld verdient. Je moet dus nu per se een race voltooien, anders kun je niet naar de volgende. Dit voelt een beetje geforceerd aan en op het laatst zelfs dwingend. Als je bij elk ‘level’ vastzit en de race niet kunt voltooien, zit er weinig anders op dan alleen maar hard oefenen en proberen te winnen.
Gelukkig zijn er meer modussen, zoals Own the zone. Hierin moet je steeds het ‘mooiste’ rijden in een bepaald gebied. Niet botsen, goed rijgedrag en het snelste zijn dus. Toch wordt het al snel behoorlijk pittig en kan je behoorlijk gefrustreerd raken. De tegenstander lijkt gemeen te spelen en beukt steeds van achteren op jouw bumper in, waarna meneer mooi door kan rijden en jij zogenaamd gebotst zou hebben en flink wat tijd bent verloren. Niet helemaal netjes, maar de races zijn, na enige oefening, wel te doen. Ze zijn in ieder geval beter te doen dan het drag-gedeelte. Bij het ‘draggen’ moet je steeds op het goede moment schakelen en hierbij haal je absurde snelheden. Logisch is dan dat jouw wagen praktisch onstuurbaar wordt, omdat hij alle kanten opzwabbert. Hierbij verandert de game van een race-game in een Las Vegas-game. Kenners weten waar ik het over heb. Het is namelijk echt gokken op welke weghelft je nu moet gaan rijden en zeker omdat het verkeer pas (te) laat te zien is. Veel crashes en gevloek zijn het gevolg. Ik mis de Drift-mode, waar je zo heerlijk door de bochten kon glijden en zulke geweldige combo’s kon maken. Ik zal toch meer moeten oefenen, anders win ik geen nieuwe upgrades en misschien zelfs betere auto’s. Maar laten we dat tot morgen uitstellen.
Dag 3 ‘You’ve got to pimp my ride!’
Na een ontbijtje kan het tunen beginnen. Er zijn meer dan 15 verschillende auto’s, vele upgrades, spoilers en weet ik wat voor onderdelen te verzamelen, om je auto op te leuken. Zo kun je jouw auto helemaal groen kleuren, inclusief bijpassend neonlicht en gekleurde ramen. Resultaat is dat geen auto meer hetzelfde is. Veel mogelijkheden worden beschikbaar wanneer je goed rijdt, denk hierbij aan spoilers en nieuwe prints voor op je auto. Zeker leuk is de mogelijkheid om je eigen print te ontwerpen en deze op je auto te plakken. Bij dit onderdeel wordt de stylus goed gebruikt. Er hebben al diverse poppetjes en dergelijke op mijn auto mogen pronken. Tekenaars kunnen hierbij gebruik maken van verschillende kleuren om hun creaties op te vrolijken. Zo zijn je Pictochat-skills toch nog nuttig!
Het tunen is dus behoorlijk goed uitgewerkt, maar hoe zit het met het racen zelf? De auto’s zelf sturen lekker, maar ik heb het idee dat EA het realistischer wilde maken dan het zou moeten zijn. Bij het slippen wordt dit duidelijk; je wilt je bocht aanscherpen, maar doordat de auto altijd te veel doorslipt, begin je te draaien en te tollen. Vervelend... Deze game zou eigenlijk voor iedereen toegankelijk moeten zijn, maar waarschijnlijk zijn de controls voor sommigen te moeilijk. Ook is het vervelend hoe je soms van achteren wordt gebeukt, waarna de tegenstanders rustig doorrijden en jij de muur warm houdt. Toch geeft het een goed gevoel om hard door de stad te racen, maar voor het volgrende deel (dat ongetwijfeld binnenkort een keer uit zal komen) verwacht ik dat het rijden wat meer arcade-achtig wordt en wat meer toegankelijk voor iedereen.
Ik houd gemengde gevoelens over aan deze dag. Ik ben vaak gecrasht, maar heb me erg vermaakt met het tunen. Morgen maar eens kijken hoe het met de graphics, sound en replay zit. Welterusten, teddybeer.
Dag 4 ‘Over pop-up, hipheid en lengte’
Na een mooie nacht start ik mijn trouwe vriend weer op. Ik ga vandaag eens wat meer naar de graphics, de muziek en de replay kijken, zoals ik gisteren al vertelde.
Grafisch is de game netjes. De auto’s, de omgevingen en de animaties zijn goed, maar ik heb wat op te merken aan het pop-up-gebeuren. Als je op volle snelheid rijdt, zie je de omgevingen steeds een stukje meer verschijnen. Nu is dat niet erg, maar dan moet je niet een half gebouw zien, om pas 5 seconde erna de andere helft te zien. Helemaal netjes is het niet uitgewerkt in mijn ogen, al is het natuurlijk wel mooi in vergelijking met zijn kleine broertje op de GBA. Er zijn nog meer van die rare acties, zoals de neonlichten. Als je de lucht in wordt gedrukt door de tegenstanders, zie je het neon nog gewoon in een mooi vierkantje op de grond, het gaat niet mee omhoog met de auto. Zo zijn er meer van die slordigheidsfoutjes, maar ik ben wel onder de indruk van de soepelheid waarmee je je door de levels begeeft. Soms lijkt het alleen iets te veel voor het twee-schermige apparaat, want ik ben inmiddels al een paar keer op een vastloper getrakteerd en dat is niet zo leuk als je bijna een ongelooflijk moeilijke level hebt gehaald. Slordigheid, EA, pure slordigheid.
Ook de sound vind ik niet geweldig. De auto’s zelf klinken goed, maar de achtergronddeuntjes komen je al snel de oren uit. Het deuntje dat je door de menu’s begeleidt is wel rustig en doeltreffend gemaakt, maar verder is het niet zo heel mooi. Waar je bij de delen op de PC en de consoles altijd getrakteerd werd op vele nummers ben je in deze game aangewezen op enkele simpele deuntjes, die zich ook eindeloos schijnen te herhalen. Weer niet zo geslaagd.
De underground-modus is erg geslaagd en bevat redelijk wat levels om je even zoet te houden. Natuurlijk is een rondje multiplayer altijd mooi meegenomen, al vereist het wel meerdere gamecards. Maar dan heb je ook wel iets leuks in handen; je kunt namelijk onderling uitvechten wie nou de beste coureur is en natuurlijk wie het mooiste zijn auto heeft ‘gepimpt’. Een rondje racen op een verloren moment is altijd meegenomen, maar het blijft jammer dat er geen Drift-modus inzit. Over de replay ben ik dus best te spreken, maar nadat je de underground-modus hebt uitgespeeld, zul je de game niet zo veel meer spelen. Toch zul je wel een tijdje doen over de underground-mode, er zijn wel genoeg races aanwezig in deze game.
Toch begin ik inmiddels een beetje naar iets anders te verlangen, want de meeste mogelijkheden heb ik nu wel gezien. Dit hippe gedoe is misschien toch niet helemaal mijn ding. Desondanks heeft EA een leuke game afgeleverd, waarin plezier en frustratie goed samengaan. Desondanks is de geluksfactor toch te veel aanwezig en hoop ik dat het nieuwste deel wat toegankelijker voor iedereen wordt. EA heeft al vaker bewezen dat ze dit kunnen en ze hebben nog alle tijd om aan het nieuwe deel ‘Need for Speed: Most Wanted’ te werken. Halen ze wat vervelende dingen uit Underground 2 weg en verbeteren ze de muziek drastisch, dan pas kan de game een beroep doen op de hogere scores. Desondanks blijft deze game redelijk voor iedereen die van flink wat rauw racen en tunen houdt. Uiteindelijk best hip, dat EA.
Conclusie: 6.5
Dag 5 ‘Wat vind ik er nou eigenlijk van?’
Het is een zonnige dag, maar zo voel ik me niet. Ik heb namelijk gemengde gevoelens bij deze DS-game, voor de zoveelste keer bij een nieuwe DS-game. De game is redelijk te besturen, maar kent wel zijn foutjes. De game wordt al snel erg moeilijk, kent zijn grafische probleempjes en ook de soundtrack is niet vlekkeloos. Daar staan flink wat uurtjes racen, coole tune-mogelijkheden en een redelijk leuke multiplayer tegenover. De game scoort lager dan ik eigenlijk wil, maar ik word gedwongen door de vastlopers in het spel, alhoewel ze niet vaak voorkomen. Moraal van dit hele verhaal? Voor de race-fans is dit spel misschien een aanschaf waard, maar andere gamers kunnen hun geld misschien beter spenderen aan een andere game.